Zoon van de smid

Zoon van de smid
Titel: Zoon van de smid
Auteur: Blijdorp, J.W.
Bestelnr.: 9789055516698
Uitgever: Koster, Gebr.
Prijs : € 15,90
Dit artikel is leverbaar.
Plaats in winkelwagentje
Vorige

Roelf, zoon van een smid in een versterkte hoeve op de Hondsrug, voelt zich verre van gelukkig. Niet alleen kan hij bijna geen goed doen in de ogen van zijn vader, ook het vak van smid trekt hem totaal niet. Als op een dag de bekende minstreel Rudolf van Zutphen de hoeve bezoekt, weet hij het zeker. Hij wil, net als Rudolf, een rondtrekkende muzikant worden.
Na weer een woedeaanval van zijn vader besluit Roelf weg te lopen. Om te voorkomen dat zijn vader hem zal vinden, verbergt hij zich in de uitgestrekte moerassen rond de hoeve. Daar belandt hij letterlijk en figuurlijk in de narigheid. Hij ontmoet de stroper Rooie Geert, die zich al jaren schuil houdt in een hut, ergens diep in het moeras. De stroper verleent hem gastvrij onderdak, maar hoe onschuldig zijn Geerts activiteiten eigenlijk? 

De serie FLORIS DE MINSTREEL speelt zich af in de Middeleeuwen. In veel opzichten een donkere tijd. Er bestonden grote verschillen tussen rijk en arm, waarbij de adel en de geestelijkheid zich vaak verrijkten over de ruggen van de gewone mensen. Ook wat het geloof betreft was het een moeilijke tijd. Geloof en bijgeloof gingen vaak hand in hand, ook al doordat de meeste mensen niet konden lezen en schrijven. De Rooms Katholieke Kerk, de enige kerk in de Middeleeuwen, maakte regelmatig misbruik van haar positie. Ze verzon regels en voorschriften met als voornaamste doel de kas van de kerk te spekken.
Reizen was dikwijls een gewaagde onderneming. Vooral in de arme gebieden lagen rovers op de loer, die de reizigers niet alleen van hun waardevolle spullen, maar vaak ook van hun leven beroofden. Toch waren er rondtrekkende muzikanten, minstrelen, die overal kwamen en in ruil voor eten, onderdak en een beloning hun liederen ten gehore brachten. Zowel in de dorpen en steden als in kastelen en burchten werden ze meestal hartelijk ontvangen, omdat ze altijd op de hoogte waren van de laatste nieuwtjes. Nieuws, dat de minstrelen gebruikten voor hun nieuwe liederen